Categoriearchief: Just for fun

Uit de oude doos: Plockton

Zomaar een gedichtje dat ik weer vond in een oude vergeelde map. Het ontroert me nog steeds een beetje door zijn simpele eenvoud.

Dit oudere echtpaar zat op een bankje bij het zanderige haventje van Plockton aan de westkust van Schotland. Met uitzicht op het idyllische plaatje dat bovenaan de blog staat.
Samen in de laatste zonnestralen.
Heb jij hebt je krantje? Ik mijn palet.
Denk om je hoedje!
De zon kan fel zijn, ook hier.

Wat een plaatje dat haventje!
We gaan ervoor zitten
En nemen de tijd
De boodschappen komen later.

We raken elkaar
Jij en ik
Met Lobbes aan onze voeten.
Aan alleen wat water hebben we genoeg.

vrouwen en auto’s

Tijdens de vakantie verkeer ik wat vaker op de weg dan gemiddeld. Ik mag dan graag naar auto’s kijken, ook al ben ik een vrouw – dat klinkt dat een beetje als een man die schoorvoetend bekent dat hij graag naar vrouwen kijkt – Het is ook wel vergelijkbaar denk ik.

Ik verwonder me vaak over de lelijkheid van wat er gelijktijdig met mij op de weg rijdt. Ik focus dan op achterkanten, omdat ik daar meestal het langst tegenaan moet kijken. Wat ik dan moeilijk begrijp, is dat, waar mannen zich nogal eens denigrerend uit kunnen laten over vrouwen met een wat breder achterwerk, zij, bij de keuze voor (de achterkant van) hun auto lijken te gaan voor: hoe breder en dikker, hoe mooier. Het kan natuurlijk zijn, dat een dame de auto heeft gekozen en ook niet vies is van een flinke derrière. Maar ik houd niet van zo’n dikke kont, en al helemaal niet als het zo’n breed, uitgezakt model is met een smal torso erboven (op het gebied van auto’s dan hè). En als er ook nog van die dikke banden onder zitten, foeilelijk! Als het om mensen gaat, heb ik weinig moeite met welk soort achterwerk dan ook, zo lang het maar mooi verpakt is.

Een massieve voorgevel waar je een complete picknick op kunt houden, ben ik ook niet van. Maar als ik zo om me heen kijk, verschilt mijn smaak ook daarin met die van de gemiddelde man. Ik heb soms bijvoorbeeld ruzie met mijn zoon over die logge, walvisachtige Porsches. Ik vind ze lelijk, mijn zoon prachtig. Mijn argument is dat ze in de verste verte niet lijken op iets waar Porsche in mijn beleving voor staat: sportief ogend, soepel rijdend, gestroomlijnd. Niets van dat al. Hij vindt het gewoon een mooie auto. Onbegrijpelijk.

Laatst zag ik een jaren 70 model stationwagon Mitsubishi (dacht ik) met zo’n puntig poepertje. Ik zie mijn oom er nog in rijden met een lading kinderen achterin. Tsja, ik snap dat die modellen geen lang leven waren beschoren, maar ze hadden in elk geval karakter.

Nu ben ik ook geen fan van skinny en smal, van mij mag de carrosserie best stevig zijn met een robuuste uitstraling, zolang het complete plaatje maar in balans is. Vroeger was ik gek op Landrovers, van die stoere wagens, lekker hoekig en functioneel, je zag meteen waar ze voor bedoeld waren. Als ik tegenwoordig de tanks zie die Landrover bouwt, denk ik: waarom? Je hele imago naar de bliksem! Nog meer eenheidsworst waar al zoveel van rondrijdt! De een nog hoger, breder en meer gepantserd dan de ander. Misschien is de populaire carrosseriebouw een cultuuruiting van het moderne individu, dat het recht meent te hebben om van steeds grotere hoogte op de ander neer te kijken, steeds meer ruimte voor zichzelf op te eisen, terwijl hij zich afschermt voor de gevoelens en het leed van anderen. Een aardige omschrijving voor hoogmoed, en we weten allemaal hoe het daarmee afloopt.

Er is nog hoop!

Blote billetjes

Het leuke van regen in de zomer is dat er daarna allerlei zwammetjes de kop opsteken op het dode hout in het bos. Zo ook deze zwam met de schattige naam: blote billetjeszwam. Officieel heet deze: ‘gewone boomwrat’ maar dat klinkt toch wat onaardig. Want de mooie roze bolletjes voelen ook nog eens heel zacht aan. Dus de volksnaam is eigenlijk best logisch. Helaas is het zo, dat ze alleen in deze tijd te zien zijn en zodra het weer warmer wordt, worden ze grijs en verschrompelen. Maar wat een leuke verrassing als je er dan tegenaan loopt, zoals ik deed :-).

Libel

In deze tijd van het jaar kun je in de buurt van plassen en sloten veel libellen tegenkomen. Vooral als de zon schijnt vliegen ze rond. Deze platbuik libel met zijn mooie grijsblauwe lijf kon ik even bewonderen, omdat hij een tijdje op een tak bleef zitten. Als ze dat niet doen zijn ze erg moeilijk op de foto te krijgen, omdat ze heel snel kunnen vliegen, tot wel 50 km per uur! Nog een aardig weetje over libellen: ze brengen het grootste deel van hun leven door in het water als larf of nimf. Voor de platbuik is dat 2 jaar! Hun mooiste fase als imago (volwassen rondvliegende libel) duurt maar een maand of 5. En ook al zijn het nogal roofzuchtige insecten, ze zijn met hun opvallende kleuren prachtig om te zien.

Spring dan!

Maar ik durf niet! Haha 🙂

Van de week stonden er drie jonge waterhoentjes op het randje van de beschoeiing. Moeder waterhoen lag al in het water en liet aanmoedigende geluiden horen, maar de kuikens bleven maar heen en weer lopen aan de kant. Ze vonden de afstand tot het water een beetje te groot en durfden niet achter haar aan te springen. Het was een erg grappig gezicht.

Egeltje

Onze tuin is heel natuur- en diervriendelijk, wat met andere woorden wil zeggen dat het nogal rommelig is en zeker niet aangeharkt ;-). Maar het leuke is dus, dat het inderdaad wilde dieren aantrekt, zoals dit schattige egeltje. Hij had zelfs een tunneltje gemaakt onder de klimop door. Het lijkt erop dat hij zich echt thuis voelt bij ons en daar word ik dan weer blij van.

Klavertjes

Een van mijn favoriete voorjaarsbloeiers is witte klaverzuring. Ik geef toe het is een draak van een naam, maar zo’n mooi delicaat bloemetje. Hij hoort bij de zgn. schaduwflora. Dat zijn planten die in de schaduw van bomen staan en bloeien als er nog geen bladeren aan de bomen zitten. Zo profiteren ze het meest van het zonlichtaanbod. Witte klaverzuring heeft nog iets bijzonders, ze reageren namelijk op het weer. Waarschijnlijk is dat ook een reden waarom het een van mijn favorieten is. Net zoals ik me terugtrek in mijn cocon bij slecht weer – harde regen of donker weer – klappen de klavertjes hun blaadjes naar beneden en hun bloemetjes dicht. Maar als het voorjaarszonnetje weer gaat schijnen, heffen ze hun witte met paars geaderde bloemhoofdjes weer naar het licht en zie je hun klaverblaadjes op hun mooist.

Beukenscheuten

In bossen of lanen waar een aantal beuken bij elkaar staan, kun je deze grappige groene scheuten tussen de bruine balderen vinden. Het zijn jonge beukenplantjes die groeien uit op de grond gevallen beukennootjes. Ik vind ze er altijd leuk uitzien. Alsof twee delen van een schelp zich openvouwen waarna de kern zichtbaar wordt. Net een bloemetje. En vooral tussen het roodbruine blad waarmee een beukenbos(je) nu vol ligt, springen de groene blaadjes er echt uit.

Visdiefjes

Yes! De visdiefjes zijn deze week teruggekomen uit Afrika! Eergisteren hoorde ik ze voor het eerst overvliegen. Elk voorjaar kijk ik uit naar hun terugkomst. Ik houd van hun elegante vleugelslag, hun prachtig contrasterende zwarte petjes en rode snavels en mooi gevorkte staart. Daarbij kan ik er tijden naar kijken als ze proberen een vis te vangen. Dat doen ze namelijk door even boven het water stil te hangen en vervolgens recht naar beneden te duiken, om zo een vis te pakken met hun scherpe snavel. Hun kirrende geroep naar elkaar geeft me altijd een zomers gevoel, heerlijk. Nu ze weer in hun broedgebied zijn gearriveerd, gaan de mannetjes en vrouwtjes eerst elkaar het hof maken. Dat is een uitgelezen kans om ze wat langer te observeren (en een foto van ze te maken 😉 Het visdiefje op de foto landt op een houten kunst-pop in het water).